Couchsurfing

Vanuit het perspectief van een reiziger die onderdak nodig heeft voor de nacht is een grote stad een hele vreemde, zo niet paradoxale, plaats. Het barst er van de mensen en de huizen maar het is desondanks bepaald niet eenvoudig om ergens onderdak te vinden. We zijn van nature geneigd om stille donkere plekjes op te zoeken om te slapen en de nacht veilig door te komen maar in grote steden is vaak het tegenovergestelde een heel stuk veiliger. Daar waar altijd mensen komen, daar waar altijd verkeer is, daar is de kans het kleinst dat je beroofd, vermoord of verkracht wordt terwijl je ligt te tukken. Nog zo’n stedelijke paradox. 

Gedurende enkele maanden reisde ik in 2013 door de Balkan landen zonder smartphone. Als je rond 21 uur aankomt met een lift en ineens midden in een grote onbekende stad als Istanbul, Podgorica of Belgrado staat ga je zo’n ding missen, zelfs al heb je er nooit één gehad. Onze eigen wereld creëert soms de noodzaak voor onze technologie. Hoe rijker en welvarender de stad hoe lastiger het is om iets te vinden of legaal ergens te komen zonder een smartphone te hebben. In Oost-Europa is er gelukkig ook zonder smartphone nog veel duidelijke informatie te vinden over OV, plattegronden en hostels of stadcampings. Een reiziger zonder smartphone is in zulke situaties afhankelijk van internetcafés, die gelukkig meestal vrij lang open zijn maar in West-Europa niet meer bestaan. Stap 1: vindt het centrum van de stad. Stap 2: vraag voorbijgangers de richting naar een internetcafé. Stap 3: leer uit je hoofd vanaf de browser hoe je naar een hostel moet lopen. Stap 4: slaap lekker.

Met een smartphone kun je ruim van te voren een reservering maken (ik heb een hekel aan reserveren, het dood elke vorm van spontaniteit), de route uitstippelen en zelfs een betaling doen. Zonder enig idee te hebben aan welke kant van het centrum en in welke wijk van de stad je wezen moet kun je een kwartiertje na aankomst in de stad al lekker in je hoogslaper duiken. Maar het grootste wonder is de website van google, genaamd couchsurfing, waar op digitale wijze de stad weer minder anoniem wordt gemaakt voor de avontuurlijke reiziger. Via de app kun je duizenden mensen in een stad als Budapest tegelijkertijd vragen of ze op een bepaalde datum een plekje vrij hebben voor een logé. Dat is super. Het werkt helaas alleen als je een smartphone hebt. Maar het echt ontmoeten van vreemdelingen, het maken van nieuwe vrienden en het gratis of goedkoop overnachten is daarmee weer mogelijk geworden in grote anonieme steden. Eén keer is het me gelukt zonder smartphone, door ruim van te voren een afspraak te plannen en telefoonnummers uit te wisselen. In Grass (Oostenrijk) kon ik overnachten in een flink huis samen met een Chinees (ongelofelijk druk/energiek) meisje en haar verse Duitse vriend die enigszins overdonderd leek. De eigenaar was super aardig en gastvrij. Het soort van burgerlijk type dat nooit mee zou gaan liften en wildkamperen maar wel zonder problemen maar liefst drie vreemdelingen via het internet in zijn huis verwelkomd. Zonder couchsurfing zouden wij elkaar nooit hebben leren kennen. En dat zou jammer zijn.

Toch lijkt het me wel goed om ondanks deze moderne mogelijkheden ook een ander verhaal te blijven vertellen. Je hoeft niet via internet alles van te voren te boeken en je hebt geen online profiel nodig om het vertrouwen van een vreemdeling te winnen. Onder de categorieën liften&wildkamperen maar ook onder de categorie couchsurfing (oftewel: gevaarlijke dingen, haha), wil ik vertellen over vertrouwen in de medemens. Hier alvast enige herinneringen uit 2013 en 2014:

Na een onmogelijke dag, een zware en verdwaalde tocht door een bergachtig stuk bos in Macedonië, met regen en later onweer, kon ik uiteindelijk na een lift met houtkappers, het laatste stuk te voet afdalen richting Ohrid. Net voor de stad wilde ik gaan wildkamperen om de volgende dag bij daglicht te kunnen aankomen. Toen zag ik een bordje richting een klooster van Sint Peter en daar ging ik even kijken. De sleutelbewaarder of conciërge of portier of weet ik het was de enige aanwezige maar hij was super enthousiast in gebroken Russisch, Engels en Duits, om laat op de avond een wandelende reiziger te ontvangen. Het leek net een Christelijk verhaal. Om een kijkje te nemen naar de plafondschilderingen in de kapel moest ik mijn hoed afzetten. Later opende hij een groot boek waarin mijn persoonsgegevens werden genoteerd. Nadat hij mij een bed gewezen had vertrok hij zelf in richting stad. Die nacht was ik moederziel alleen in een aardedonker klooster vol beelden en schilderijen van heiligen, donkere gangen en zware houten deuren. Toen ik midden in de nacht mijn weg naar het toilet moest vinden heb ik voor het eerst en het laatst serieuze godsangst ervaren (hoewel ik helemaal niet gelovig ben). Er is natuurlijk niets gebeurd. Dat ik op Christelijke wijze verwelkomd zou worden in een Macedonisch klooster had ik nooit gedacht en het is (juist daarom?) een fantastische herinnering.

Aan datzelfde Ohrid meer bevindt zich aan de Albaanse grens een oude communistische camping vol vervallen bungalows die al lang niet meer in gebruik zijn. Een Duits stel zou daar op bezoek gaan bij een Servische vriendin die van één van de beter bewaarde bungalows gedurende de zomer een goed bewoonbaar kraakpand had gemaakt. Op een terras van een café in Ohrid spraken wij elkaar aan, waarschijnlijk vanwege vergelijkbare uiterlijke kenmerken zoals rugzak, hoed en verwilderde haren. Zo kwam het dat ik werd uitgenodigd om enkele dagen op een oude communistische camping te komen logeren. Een Grieks-Duitse geneeskunde student genaamd Leonidas, met wie ik een week eerder twee dagen had opgelopen in de bergen bij Bitola was door een ongelofelijk toeval ook bevriend met diezelfde Servische vrouw en zo zagen wij elkaar weer.

Hoewel ik als achttienjarige moest proberen om op een maandenlange reis niet elke dag tientallen euro’s uit te geven, dat zou een vermogen kosten, zijn er natuurlijk bepaalde grenzen aan de vanzelfsprekendheid van de gastvrijheid van een ander. Als Nederlander ben ik al heel snel een heel stuk rijker dan een heleboel andere mensen. Zo kwam het dat ik me na een vergissing in Albanië nog een hele tijd rot gevoeld heb van schaamte. Een uitnodiging van een familie om te komen eten en overnachten kwam zeer gelegen. Na een hele tijd kon ik weer heerlijk douchen en het eten was geweldig. De oude opa Enver Hoxha (dezelfde naam als de oude dictator) lachte zijn drie tanden bloot nadat zijn kleindochter mij in het Engels kon vertellen hoe zijn naam was. Een grap die overduidelijk al vaak gemaakt was. Tot zover ik dat zelf kan beoordelen was ik een vriendelijke en goede gast maar de volgende ochtend schudde ik iedereen de hand en groette slechts hartelijk. Ik vertrok zonder een cent achter te laten. Niet dat ze mij om geld hadden gevraagd. Natuurlijk niet. En als ik het ze te openlijk had aangeboden hadden ze het misschien zelfs niet aangenomen. Maar in zo’n ongelijke situatie waarin een rijke westerling te gast is in een arm gezin, mag je er nooit vanuit gaan dat alles maar gratis moet zijn uit naam van de heilige gastvrijheid. Mijn vader, die vroeger en nog steeds veel door Polen heeft gereisd gaf me een goede tip. Als de man van het huis uit eergevoel geen geld wil aannemen geef het dan stiekem aan de vrouw. Vrouwen hebben vaak minder last van eergevoel omdat ze hun kinderen te eten willen geven en minder bevangen zijn door het idee dat ze op eigen kracht voor de kost moeten zorgen. Bovendien hebben zij immers meestal gekookt en je bed opgemaakt. Nou goed, die fout zal ik niet snel opnieuw maken.

In maart 2014 kwam ik weer terug in Montenegro en bracht enkele nachten door in het prachtige kuststadje Kotor aan een fjord in de Adriatische zee. Zo buiten het seizoen zijn de gasten in het hostel vaak wat interessanter en we hadden met zijn allen een geweldige avond samen met de hostel-eigenaar. De volgende ochtend besloot deze dat wij allemaal zelf maar moesten bepalen wat we hem wilden betalen voor de overnachting en het ontbijt. We waren immers in één avond vrienden geworden en vrienden vraag je niet om je te betalen voor gedane diensten. Is het vreemd dat wij allemaal samen besloten om elk toch een tientje (de gewone prijs) in te leggen? Als je zelf mag bepalen wat je betaalt, zou je dan niet juist minder geven? Natuurlijk niet, we waren immers vrienden geworden, die laat je niet in de koude kleren staan. Zo heb ik enige wonderbaarlijke en leerzame ervaringen gehad als het om geld gaat. En maar wat graag had ik dat tientje ook gegeven aan die Albaanse gastvrije familie.

In Dubrovnik, aan het einde van een lange zomer, op de langzame terugweg naar Nederland, een prachtige oude vestingstad aan de Kroatische (Herzegovijnse) kust, liep ik met mijn rugzak een kleine kunstuitstelling binnen. Daar raakte ik aan de praat met een Kroatische jonge vrouw met rode dreadlocks die in het zaakje werkte en dus kunst verkocht. Twee nachten heb ik bij haar en haar vriend (dat je geen verkeerde ideeën krijgt) in hun appartement geslapen. We hebben samen gekookt, wiet gerookt en een wandeling gemaakt. Een oude communistische flat van zeker meer dan 10 verdiepingen staat ten zuiden van de stad eenzaam, leeg en kapot gebombardeerd aan de kust. Ooit een vakantieoord voor rijke Joegoslaven, vandaag een plek voor verborgen kunstwerken, wandschilderingen en dergelijke. De liftschachten zijn leeg maar via de trappen kun je nog steeds helemaal naar boven lopen. Met badkamer-muurtegeltjes had een kunstenaar ergens een gigantisch mozaïek gemaakt. Een grote stapel roestige badkuipen lag in een hal. Een bizarre plek. De spontane gastvrijheid van een vreemdeling komt zo samen met een ervaring die op geen enkele andere wijze bereikt had kunnen worden. Daar ben ik van overtuigd.

Soms zoek je een plekje om te overnachten en het barst van de muggen, de bodem is overal drassig of zelfs moerassig en anders wel schots, scheef en rotsig, er staan een hoop bomen en struiken en brandnetels of distels en algauw besef je dat eigenlijk de enige leefbare plekjes in de omgeving precies die plekjes zijn waar mensen hun huisjes gebouwd hebben. Of het is andersom natuurlijk. De plekjes waar mensen hun huisjes bouwen worden met de tijd een stuk leefbaarder, voor ons althans. Zo kwam het dat mijn vader en ik in het prachtige en dunbevolkte Noord-Oost-Litouwen bij een eenzaam boerderijtje aanklopten aan het begin van de zomer in 2014. Het huisje was op de avond slechts bewoond door een jonge vrouw en haar oude Russische schoonmoeder. Ze waren een beetje bang voor ons maar we mochten ons tentje in de tuin opzetten. Nadat ze ons bezig hadden gezien kregen ze vertrouwen in ons verhaal en kwamen een praatje maken. Wat me het meest is bijgebleven van dit verder 13-in-een-dozijn-verhaal is dat het Russische omaatje geen idee had waar Nederland ligt of dat het überhaupt bestaat. Ze was in de Sovjet tijd gedwongen naar Litouwen verhuisd als onderdeel van de Russificatie. Een vrouw die in Siberië opgroeit en in Litouwen oud wordt weet niet waar Nederland ligt. Geen wonder. Maar gastvrij was ze desondanks toch, na enige twijfels. Wat maakt het uit waar we vandaan komen. Vast stond dat we vader en zoon waren, op de fiets, met een tentje.

Als allerlaatste wil ik aan deze inmiddels lange reeks herinneringen nog toevoegen, Iztok en Marjanca uit Ljubljana. Boven op een berg in Macedonië op minstens twee kilometer hoogte ontmoetten wij elkaar. Omdat ik helemaal in het zwart gekleed was dachten ze dat ik misschien een wandelende timmermans-gezel was. Zo raakten we in gesprek. Weken later was ik welkom in hun woning in Ljubljana (Slovenië). Ik heb genoten van een potje voetbal, zelfgemaakte lasagne en een gezellige avond. Bedankt voor jullie gastvrijheid.

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: